Onlangs werd aan de Universiteit van Tilburg een studiemiddag over De Nieuwe Bijbelvertaling georganiseerd. Een van de inleiders merkte op dat hij deze vertaling niet zou aanbevelen aan studenten die Hebreeuws moesten leren. En daarmee bedoelde hij niet een kritische opmerking te plaatsen bij de kwaliteit van de nieuwe vertaling. Hij bleek daar juist positief over. Het ging hem meer om de wijze waarop De Nieuwe Bijbelvertaling de Hebreeuwse brontekst volgt. De vertaling is doeltaalgericht, dat wil zeggen: de vertalers kiezen voor zo natuurlijk mogelijk Nederlands, en wie De Nieuwe Bijbelvertaling leest, mag eigenlijk niet in de gaten hebben dat het een vertaling is. Wie Hebreeuws wil leren, zou volgens de inleider meer kunnen hebben aan een woord-voor-woordvertaling.
Woord-voor-woord
In de geschiedenis van het bijbelvertalen is het niet ongebruikelijk dat een vertaling heel nauwkeurig de brontekst volgt, en dat de lezer dat ook merkt. Soms zijn in de doeltaal de grammaticale constructies en de zinsbouw van de grondtaal overgenomen. Zo'n vertaling is natuurlijk prachtig naast de brontekst te leggen, omdat precies te zien is hoe de vertalers de grondtaal hebben weergegeven.
Een goed voorbeeld van zo'n letterlijke vertaling is te vinden in Exodus 19:16 in de NBG-vertaling 1951: 'En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde.' Deze tekst is op een paar details na een woord-voor-woordvertaling van het Hebreeuws. De woordvolgorde van de Nederlandse tekst komt bijna overeen met die van het origineel.
Die overeenkomst tussen vertaling en brontekst is door de vertaalcommissie die werkte aan de NBG-vertaling 1951 bewust nagestreefd. De vertaler van Exodus, de latere hoogleraar Oude Testament dr. Th. C. Vriezen, had eerst vertaald: 'En het geschiedde op den derden dag bij het aanbreken van de morgen, dat er donderslagen en bliksemstralen losbraken en een zware wolk om den berg hing en heel sterk hoorngeschal weerklonk, zoodat al het volk in de legerplaats beefde.' Maar de revisor heeft die vertaling, die Vriezen in een schoolschriftje noteerde, op verschillende plaatsen gecorrigeerd. Kennelijk vond die het losbreken van de donder en bliksem, het beeld van de in wolken gehulde berg en het weerklinken van het hoorngeschal maar al te vrij. Het gecorrigeerde eindresultaat staat niet zo ver af van de 300 jaar oudere Statenvertaling, en dat was een belangrijk streven van de vertaalcommissie van de NBG-vertaling 1951.
En het geschiedde
De constructie 'en het geschiedde ... toen ... dat ...' uit de NBG-vertaling 1951 is een kopie van wat in het Hebreeuws inderdaad op die manier gezegd en geschreven wordt, maar moet dat zo in het Nederlands? In moderne Hebreeuwse grammatica's wordt deze constructie doorgaans besproken en wordt de functie daarvan uitgelegd. Het Hebreeuws voor 'en het geschiedde ... toen ... dat' kan gebruikt worden in globale tijdsaanduidingen (bijvoorbeeld 'ongeveer op dat moment', omstreeks, etc.). Zoals in Genesis 22:1 'Het geschiedde na deze dingen dat God Abraham op de proef stelde'. De bedoeling van deze letterlijke vertaling is: 'Enige tijd later stelde God Abraham op de proef.' Tegelijk kan de Hebreeuwse constructie een overgang of een nieuwe fase markeren in een verhalende tekst.
Met Nederlandse middelen
Om dergelijke effecten in de tekst van Exodus 19:16 tot hun recht te laten komen beschikt het Nederlands over adequate middelen. In De Nieuwe Bijbelvertaling is daarvan goed gebruik gemaakt. Exodus 19:16 luidt in De Nieuwe Bijbelvertaling: 'Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, begon het te donderen en te bliksemen, er hing een dreigende wolk boven de berg, en zeer luid weerklonk het geschal van een ramshoorn. Iedereen in het kamp beefde.' Er breekt in Exodus 19 een nieuwe fase aan, het verhaal gaat naar een hoogtepunt, en in het Nederlands is die verandering goed weer te geven met: 'Op de derde dag, bij het aanbreken van de ochtend, begon het ...' Tegelijk laat De Nieuwe Bijbelvertaling ook een nieuwe alinea beginnen. Het Hebreeuws wordt in de vertaling dus niet zozeer op woordniveau gevolgd maar op zins- en tekstniveau. Allerlei typisch Hebreeuwse taalkenmerken schemeren niet meer door het Nederlands heen. Het resultaat is een tekst die als natuurlijk Nederlands klinkt en op adequate manier weergeeft wat in het origineel is bedoeld. Al lijkt De Nieuwe Bijbelvertaling dan misschien niet erg aan te bevelen om Hebreeuws te leren, deze nieuwe vertaling blijkt wel uitermate geschikt voor mensen die geen Hebreeuws kunnen lezen!
Jaap van Dorp is oudtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap
Reageren op deze column? Stuur dan een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl.
Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.