De NBV en de Dode Zeerollen

Tussen 1947 en 1956 zijn in een aantal grotten in het Judese bergland aan de westzijde van de Dode Zee talloze fragmenten van bijbelhandschriften ontdekt uit de periode 250 v.Chr. tot 130 n.Chr. Ze zijn bekend geworden als de 'Dode Zeerollen' of 'Qumranrollen'. Het gaat om misschien wel de belangrijkste archeologische vondst van de twintigste eeuw. Van alle bijbelboeken zijn er delen teruggevonden, behalve van Ester en Nehemia. De meeste fragmenten zijn klein, van het boek Jesaja is de meest complete rol ontdekt.

Verwisseld
Door de vondsten kon de kennis van diverse aspecten van de Hebreeuwse bijbeltekst enorm toenemen. Tot 1947 golden de middeleeuwse handschriften als de oudste Hebreeuwse bronnen; het enige oudere handschrift was een stuk papyrus uit de eerste of tweede eeuw v.Chr. dat in 1902 in Egypte was ontdekt en waarop een versie van de Tien Geboden stond. Met de eerste publicaties van de Dode Zeerollen beschikten bijbelwetenschappers en -vertalers over teksten die in sommige gevallen wel 1200 jaar ouder waren dan het oudste volledige handschrift van het Oude Testament uit 1006/1008 n.Chr. Daardoor konden veel vragen over het kopiëren en overleveren van de Hebreeuwse bijbeltekst beter worden beantwoord dan voor 1947. Zo blijkt dat men bij moeilijk te begrijpen passages in de brontekst niet zelden rekening moet houden met onbedoelde schrijffouten van kopiisten. De Hebreeuwse letters voor de d en de r lijken erg veel op elkaar. Ze blijken meer dan eens verwisseld te zijn. Datzelfde geldt ook voor de Hebreeuwse letters voor de w en de j, de k, de m en de b, en de h en de ch. Voor de betekenis van een tekst kan de verwisseling van die letters heel wat uitmaken.

Meer inzicht
Bij de uitvoering van het project De Nieuwe Bijbelvertaling is regelmatig gebruik gemaakt van inzichten die te danken zijn aan een bijbelhandschrift van de Dode Zeerollen. In de vertaling van het boek Jesaja zijn zo'n vijftien keer alternatieve lezingen gekozen die gesteund worden door Qumranteksten.
Ik geef daarvan een paar voorbeelden en vergelijk die met de NBG-vertaling 1951 waarin de Qumranvondsten nog niet konden worden verwerkt.

Jesaja
Jesaja 33:8 luidt in De Nieuwe Bijbelvertaling:
'De wegen liggen verlaten, / op de paden bevindt zich niemand meer./ Verdragen worden verbroken, / getuigen niet meer geloofd, geen mens staat nog in achting.'
In de NBG-vertaling 1951 staat echter nog: 'De heerbanen zijn verlaten, de reizigers verdwenen. Hij heeft het verbond gebroken, steden veracht, mensen niet geteld.'
Het verschil tussen 'getuigen' en 'steden' is in het Hebreeuws het verschil tussen de letter voor een d en de letter voor een r. De lezing van de Qumran-Jesajarol geniet in vele moderne bijbelvertalingen de voorkeur.
In Jesaja 34:5 staat in de NBG-vertaling 1951: 'Mijn zwaard is in de hemel dronken geworden'. In De Nieuwe Bijbelvertaling begint het vers met: 'Want mijn zwaard verschijnt aan de hemel.' De Hebreeuwse persoonsvormen voor is dronken geworden en verschijnt hebben een aantal letters gemeenschappelijk, maar de volgorde verschilt. In De Nieuwe Bijbelvertaling is zoals in veel moderne bijbelvertalingen de tekst van de Qumran-Jesajarol beschouwd als de beste.
In de NBG-vertaling 1951 staat in Jesaja 49:12: 'Dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.'
De geografische naam Sinim was moeilijk te plaatsen. Sommige exegeten achtten de mogelijkheid niet uitgesloten dat de profeet hier China bedoelde. Op grond van een Jesaja-handschrift uit Qumran leest men hier gewoonlijk Syene, het huidige Assoean, een plaats in het uiterste zuiden van Egypte. Zo ook in De Nieuwe Bijbelvertaling: 'Kijk! Zij daar komen van ver, / en kijk, zij uit het noorden, en uit het westen, / en zij uit het land van Syene.'

Voetnoot
Bij elk vers waar De Nieuwe Bijbelvertaling een tekstkeuze volgt die gebaseerd is op een bijbelhandschrift van Qumran, is een voetnoot geplaatst waarin de vertaalbeslissing wordt verantwoord. Het is wel goed hier op te merken dat niet alles wat nieuw of anders is, ook meteen wordt overgenomen. Lezingen uit handschriften die evident ouder zijn dan onze Middeleeuwse handschriften, zijn niet perse beter. Alleen die alternatieven worden overwogen die op grond van wetenschappelijke toetsing als ouder en beter dan de tot nu toe gebruikte tekst kunnen gelden.



Reageren? Stuur dan een e-mail naar info@/dev/nullbijbelgenootschap.nl onder vermelding van 'column'.

Jaap van Dorp is wetenschappelijk vertaalcoördinator Oude Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is gepubliceerd in het Friesch Dagblad.