De kleinste wordt de grootste

Het Nieuwe Testament bevat veel citaten uit en toespelingen op passages in het Oude Testament. Komen die citaten altijd keurig overeen met wat in de Hebreeuwse brontekst staat? Helaas niet. Er zijn tamelijk veel gevallen waarin het citaat uit het Oude Testament op belangrijke punten afwijkt van de Hebreeuwse versie die wij kennen. Als zich dat voordoet moeten bijbelvertalers uitkijken dat ze het verschil in bewoordingen in de vertaling niet glad strijken. Daarvoor waarschuwt een van de vertaalregels van het project De Nieuwe Bijbelvertaling. Het citaat moet altijd in zijn eigen nieuwtestamentische context vertaald worden. In een editie met aantekeningen staat dan vermeld naar welk vers in het Oude Testament het citaat verwijst, met eventueel de toelichting van de punten waarop het citaat afwijkt van de Hebreeuwse tekst.


Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een citaat of toespeling in het Nieuwe Testament anders luidt dan wat in het Oude Testament staat geschreven. Stefanus bijvoorbeeld heeft met zijn bewering in Handelingen 7:14 dat de aartsvader Jakob met vijfenzeventig personen naar Egypte trok, vele lezers voor een probleem gesteld. Wie Genesis 46:27 en Exodus 1:5 er namelijk op na leest, ziet dat daarin het getal zeventig wordt gemeld. Maar dat geldt alleen voor vertalingen uit de Hebreeuwse tekst. In de oudste Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, staat op die plaatsen namelijk het getal vijfenzeventig! Het ligt dan voor de hand om te veronderstellen dat Stefanus voor zijn pleitrede in Handelingen 7 gebruik maakt van gegevens uit die Griekse vertaling van het Oude Testament. Tegenwoordig beschikken we in de verzameling Qumran-bijbelhandschriften over een Hebreeuwse versie van Exodus 1:5 met de vermelding van het getal vijfenzeventig. Er blijken dus verschillende Hebreeuwse versies in omloop te zijn geweest, en één daarvan is via de oude Griekse vertaling in het Nieuwe Testament terecht gekomen. Bijbelvertalers passen er voor op om de uiteenlopende getallen in de verschillende tekstoverleveringen te harmoniseren. De vertalingen van de nieuwtestamentische en de oudtestamentische passage staan dan maar gewoon naast elkaar, ze dienen elk vertaald te worden met alle eigenaardigheden die ze kenmerken.


Een ander voorbeeld waarin een nieuwtestamentische passage opvallend afwijkt van het Oude Testament, is te vinden in Matteüs 2:6. Wanneer de wijzen uit het Oosten aan Herodes vragen waar de koning van de Joden is geboren, laat Herodes bij de overpriesters en de schriftgeleerden onderzoek doen naar de geboorteplaats. Zij menen dat het Betlehem in Judea moet zijn, aangezien in de profetische geschriften staat: 'En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.' Deze tekst in Matteüs 2:6 gaat terug op Micha 5:1-3. Maar Matteüs (of de bron die hij gebruikte) citeert bepaald niet letterlijk. In Micha 5:1 staat volgens De Nieuwe Bijbelvertaling: 'Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda's geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen.' Wordt Betlehem in het boek Micha klein en onbeduidend beschouwd, Matteüs maakt daar 'zeker niet de minste' van, wat bijna zoveel wil zeggen als: 'de grootste van alle'! De tekst uit Micha is toegespitst en aangepast voor het doel dat Matteüs voor ogen stond: van Betlehem een belangrijke plaats maken. Het resulteert in een opmerkelijk verschil tussen bron en citaat, maar dat verschil is door Matteüs juist beoogd. Het is dus ook hier zaak de passages in Matteüs en Micha in de vertaling niet te harmoniseren.


Jaap van Dorp is oudtestamenticus en werkt bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@/dev/nullbijbelgenootschap.nl

Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.