De herberg en de kribbe

Vorig jaar, op de zondag voor kerst, bezocht ik een kersttoneelstuk met de titel 'De herberg van Betlehem'. Hoewel de baby Jezus natuurlijk de èchte hoofdpersoon was, ging het in het verhaal vooral over de herbergier en zijn vrouw, die tot hun grote verdriet geen kamer meer hadden voor de zwangere Maria en haar man Jozef, maar ze uiteindelijk wel goed verzorgden. Na het toneelstuk zongen we een oud kerstlied: 'In Betlehems stal lag Christus de Heer / in doeken gehuld, als kindje terneer. / Voor hem was geen plaats meer, in herberg of huis. / Zijn wieg was een kribbe, zijn troon was een kruis.'
Wie Lucas' kerstverhaal leest in De Nieuwe Bijbelvertaling (Lucas 2:1-21) ziet snel dat twee bekende woorden uit dit lied niet meer voorkomen: kribbe en herberg. Het slot van Lucas 2:7 luidt in de NBV: 'Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen nergens plaats was.'

Waarom zijn de kribbe en de herberg verdwenen? Om met de kribbe te beginnen: het woord krib of kribbe is een oud Nederlands woord waarmee een etensbak van dieren aangeduid wordt. Tegenwoordig zeggen we voerbak of, ietsje netter, voederbak. Bij een presentatie die ik onlangs hield over Lucas 2 in De Nieuwe Bijbelvertaling merkte iemand op dat kribbe toch een veel mooier woord was. Toen ik hem vroeg waaraan hij bij dat woord dacht, antwoordde hij: 'aan het kerstfeest'. En dat is nu precies waarom 'voederbak' een betere vertaling is: het ging Lucas er niet om een romantische kerstvoorstelling te maken, maar om de harde werkelijkheid te laten zien van een kind in een trog of een ruif.

De herberg is een wat lastiger geval. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt is kataluma. Het woord heeft de vrij algemene betekenis 'onderkomen' of 'verblijfplaats'. Als je het slot van Lucas 2:7 letterlijk vertaalt, zou je iets krijgen als: 'er was voor hen geen plaats in het onderkomen/de verblijfplaats'. Nu kun je zeggen: verblijfplaatsen voor reizigers vind je in een stad of dorp natuurlijk in een herberg, dus je moet hier vertalen met 'er was voor hen geen plaats in de herberg'. Maar eigenlijk is het woord kataluma niet zo specifiek als die vertaling suggereert. Uiteraard duidt het op een of ander gastenvertrek, maar we kunnen uit het Grieks niet opmaken of het om een herberg gaat of niet.
Bovendien gebruikt Lucas in de gelijkenis over de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37) een specifieker woord voor 'herberg'. In 10:34-35 lezen we hoe de Samaritaan het slachtoffer van een overval behandelt: 'Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de herbergier (...)'. Hier gebruikt Lucas het woord pandocheion, een woord dat elke Griek kende als aanduiding van een herberg. Het woord kataluma komt trouwens nog een keer voor in Lucas, in 22:11. Daar wordt het gebruikt om een gastenvertrek in een huis in Jeruzalem aan te duiden, waar Jezus en zijn leerlingen de paasmaaltijd kunnen gebruiken. Uit vers 12 blijkt het om een grote bovenzaal te gaan. Geen herberg, maar een zaal in een huis.
Terug naar Lucas 2:7. Eigenlijk valt 'herberg' af als vertaalmogelijkheid. De vertalers hadden kunnen kiezen voor 'er was voor hen geen plaats in het gastenvertrek (van de stad)'. Maar die vertaling legt wat mij betreft te veel nadruk op de locatie waar ze nu juist niet terecht konden. Het gaat Lucas er niet om te beschrijven wat voor soort hotels en bed & breakfasts ze in Betlehem hadden; hij gebruikt niet voor niets het vrij neutrale woord kataluma. Het gaat erom dat er voor Jozef, Maria en hun baby Jezus, nergens in Betlehem een fatsoenlijk onderkomen was. In het Nederlands druk je dat uit met: 'er was voor hen nergens plaats'.

Natuurlijk heeft kerst voor veel mensen z'n romantische kanten: toneelstukken, liedjes, lichtjes en gezelligheid. Maar dat mag geen reden zijn om de rauwe details van Lucas' verhaal te verdoezelen: Jezus begon zijn aardse leven in een voederbak, omdat er nergens plaats voor hem was.

Rieuwerd Buitenwerf is wetenschappelijk vertaalcoördinator Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column wordt gepubliceerd in het Friesch Dagblad.