In het Mauritshuis te Den Haag hangt een beroemd schilderij van Rembrandt, een voorstelling van David en Saul naar het verhaal in 1 Samuël 16:14-23. Saul wordt door een kwade geest gekweld, en als zijn dienaren hem zien lijden stellen zij voor, geheel in de bewoordingen van de oudoosterse hofstijl: 'Onze heer zegge toch tot uw knechten, die voor uw aangezicht staan, dat zij een man zoeken, die op de harp spelen kan; en het zal geschieden, als de boze geest Gods op u is, dat hij met zijn hand spele, dat het beter met u worde.' Zo luidt 1 Samuël 16:16 in de Statenvertaling. Als Saul daarmee heeft ingestemd, wordt de jonge David naar het hof gehaald om te musiceren (1 Samuël 16:23). 'En het geschiedde, als de geest Gods over Saul was, zo nam David de harp, en hij speelde met zijn hand; dat was voor Saul een verademing, en het werd beter met hem, en de boze geest week van hem.'
Rembrandt (of wellicht een leerling van Rembrandt; wie het meesterwerk maakte staat ter discussie) heeft de scène prachtig uitgebeeld. David speelt op een harp, terwijl zijn ogen zijn vingers op de snaren lijken te volgen. Het is een groot instrument, zo hoog als de zittende David zelf. Rechts van hem zit koning Saul te luisteren. Hij heeft een grote tulband op het hoofd. In zijn ene hand rust een speer, en in de andere hand houdt hij een stuk gordijn waarmee hij zijn tranen droogt.
De bijbelse voorstelling van de musicerende David mag dan algemeen bekend zijn, voor de Statenvertalers was niet helemaal duidelijk om welk snaarinstrument het ging. Wat zij zich daarbij voorstelden, leek waarschijnlijk veel op wat hun tijdgenoot Rembrandt ervan maakte: een klassieke harp. In de kanttekeningen verwijzen zij naar Genesis 4:21 waar we over Jubal lezen: 'deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen'. De kanttekening daarbij meldt: 'Hoedanig eertijds de muziekinstrumenten geweest zijn, is onzeker; maar hier is gevolgd het gevoelen van het meestendeel der Geleerden.'
Bijna 400 jaar later denken de meeste geleerden er anders over; de interpretatie van het Hebreeuwse woord kinnor, vroeger nog met harp weergegeven, vindt tegenwoordig nauwelijks enige aanhang. In De Nieuwe Bijbelvertaling is voor een vertaling gekozen die op dit moment algemeen geaccepteerd is: lier. Het begin van 1 Samuël 16:23 zal luiden in De Nieuwe Bijbelvertaling: 'En steeds wanneer de geest van God Saul overmande, nam David zijn lier en tokkelde op de snaren.'
Er is in de loop der tijd heel wat archeologisch materiaal ter beschikking gekomen, dat een tamelijk goed beeld geeft van Davids lier. Op een munt uit de tijd van Bar Kochba, de eerste helft van de tweede eeuw na Christus, is een lier afgebeeld. Het instrument bestaat uit twee armen die aan de onderzijde op een klankkast zijn bevestigd. Aan de bovenzijde zijn ze verbonden door wat technisch een 'juk' heet. Tussen juk en klankkast is een aantal snaren gespannen, in dit geval slechts drie.
Er zijn ook archeologische vondsten waarmee men verder kan teruggaan in de tijd. Op een reliëf in Sanheribs paleis te Nineve zijn Judeese gevangenen uit Lachisj afgebeeld die spelen op een lier met zeven snaren. De armen van deze lier zijn ongelijk van lengte. Het betreft hier een voorstelling uit de zevende eeuw voor Christus. Bij opgravingen in Megiddo vond men ook afbeeldingen van een lier op aardewerk en op een stuk ivoor. De vondsten dateren uit de periode 1350-1150 voor Christus. Ook op zegelstenen komen voorstellingen van het instrument voor. Men neemt tegenwoordig aan dat dit instrument het snaarinstrument is dat in de Hebreeuwse bijbel kinnor wordt genoemd. Het aantal snaren (gemaakt van darmen) kon variëren van drie tot elf. Mogelijk werd de lier op verschillende manieren bespeeld: met een plectrum of met de vingers.
In de laatst genoemde speelwijze was David wellicht het meest bedreven, aangezien er staat dat hij tokkelde op de snaren (1 Samuël 16:23). Zijn instrument was wel zeker de helft kleiner dan de harp die op het schilderij in het Mauritshuis te bewonderen is. Voor onze waardering van dat kunstwerk maakt het eigenlijk weinig uit. Misschien is de harp van Rembrandt wel interessanter geworden, nu we aannemelijk kunnen maken dat David feitelijk op een lier speelde.
Jaap van Dorp is wetenschappelijk vertaalcoördinator Oude Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap
Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column wordt gepubliceerd in het Friesch Dagblad.
|
|
Overzicht van columns |