Hoe vreemd het misschien ook klinkt, het is voor bijbelvertalers nog niet zo gemakkelijk om het Griekse woord christos adequaat weer te geven.
Wat is een christos? In de tijd van Jezus waren er groepen Joden die verwachtten dat God in de (nabije) toekomst zou ingrijpen in de loop van de geschiedenis en de macht over Palestina, of zelfs de hele wereld, in handen zou geven van de Joden. Enkele groepen verwachtten dat God dit zou doen door een koning te sturen. Ze duidden die koning aan met de titels 'afstammeling van David', of 'zoon van God' of christos, 'gezalfde'. Het Griekse woord christos is een vertaling van het Hebreeuwse woord masjiach. In het Nederlands kennen we een verbasterde vorm van dit woord, 'messias'. De Joodse messiasverwachting was, anders dan veel mensen denken, niet vastomlijnd: de ene groep had een ander beeld van deze koning dan de andere.
Het woord christos is natuurlijk het meest bekend uit de naam Jezus Christus. Toen Jezus in het openbaar optrad, geloofden zijn volgelingen dat Gods ingrijpen in de geschiedenis begonnen was. Zij geloofden dat Jezus de 'gezalfde' was, de koning op wie zij gehoopt hadden. Toen Jezus niet meer op aarde was, bleven de volgelingen geloven dat hij de beloofde 'gezalfde' was, maar ze lieten de politieke aspecten die bij die titel hoorden vallen. Voor veel vroege christenen had het woord christos zelfs niet veel meer betekenis dan een naam: christos werd ook een naam voor Jezus.
Toch zien we in het Nieuwe Testament ook sporen van een verwachting van de 'gezalfde'. Sterker nog, in sommige boeken, zoals het Evangelie volgens Lucas en het boek Handelingen, komen we de voorstelling tegen dat niet een paar Joodse groepen, maar heel Israël Gods ingrijpen in de wereld en de komst van de 'gezalfde' verwachtte. In die boeken horen we hoe Jezus inderdaad de 'gezalfde' is, maar niet op een politieke manier zoals de Joden verwachtten. De spanning tussen beide voorstellingen wordt ook gethematiseerd. Zo horen we bijvoorbeeld in Handelingen 1:6 hoe de leerlingen aan Jezus vragen: 'Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?', waarop Jezus hun duidelijk maakt dat zij het niet helemaal begrepen hebben.
In het Nieuwe Testament vinden we het woord christos dus in twee betekenissen: als titel, de 'gezalfde', en als (deel van de) naam van Jezus. Op die plaatsen waar christos als naam begrepen moet worden, vertaal je het woord uiteraard met 'Christus'. Maar welke Nederlandse term kies je als vertaler voor christos in de zin van 'gezalfde'? In oudere vertalingen wordt vaak gekozen voor de 'christus'. Hoewel je dan goed het verband met de naam Jezus Christus ziet, werkt de vertaling 'de christus' erg verwarrend als je niet weet dat dit woord verwijst naar een Joodse koningsverwachting.
De vertaler zou kunnen kiezen voor de 'gezalfde'. 'Gezalfde' is een goed Nederlands woord, en wordt in De Nieuwe Bijbelvertaling in het Oude Testament ook gebruikt als titel van de koningen van Israël in vroeger tijden. Toch heeft de 'gezalfde' ook nadelen. In het Oude Testament wordt verteld dat koningen gezalfd werden, dus daar heb je een context waarbinnen het woord functioneert. Het Nieuwe Testament biedt geen vergelijkbare context. Zo zou 'gezalfde' vermoedelijk niet goed functioneren in bijvoorbeeld Marcus 8:29. Daar vraagt Jezus zijn leerlingen: 'En wie ben ik volgens jullie?' Petrus zou dan antwoorden: 'U bent de gezalfde.'
Net als in de Willibrordvertaling is er in de NBV voor gekozen om christos te vertalen met 'messias', een woord dat meer associaties oproept dan 'gezalfde'. Ook bij 'messias' bestaat gevaar voor misverstanden: je zou aan een 'heilsprofeet' kunnen denken, of een 'charismatisch leider' in plaats van aan een door God in de eindtijd gezonden koning of redder. Om dat te voorkomen wordt in een voetnoot bij de teksten uitgelegd waar het woord 'messias' naar verwijst. Het gebruik van het woord 'messias' benadrukt terecht de Joodse context waarin de verhalen rond Jezus zich afgespeeld hebben. Maar het risico bestaat wel dat het bij de lezers het beeld versterkt dat alle Joden in de tijd van Jezus een messias verwachtten, terwijl dat het beeld is dat ontstaan is door het christendom.
Aan alle mogelijke vertalingen van christos kleeft dus een risico van misverstaan of overinterpretatie. De NBV gaat het proberen met 'messias', in de hoop dat die keuze de lezers zal helpen het vroege christendom beter in zijn context te begrijpen.
Rieuwerd Buitenwerf is wetenschappelijk vertaalcoördinator Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.
Bron: Nederlands Bijbelgenootschap.
Deze column is eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad.
|
|
Overzicht van columns |