Een ouder kan zowel een vader als een moeder zijn, een kind zowel een zoon als een dochter. Voor 'een broer en een zus' hebben we in het Nederlands geen overkoepelende term, in tegenstelling tot het Duits dat van 'Geschwister' spreekt: 'broers en zussen'. Het Griekse woord 'adelfoi' kan 'broers' betekenen of 'broers en zusters', net als het Hebreeuwse 'achiem'. Een ander Grieks woord kan zowel 'man' als 'mens' betekenen, net als het Engelse 'man'. Bij vertalen moet je bij dit soort woorden goed kijken of de brede of de smalle betekenis aan de orde is en in het project Nieuwe Bijbelvertaling is dat ook steeds gedaan. Het 'inclusief vertalen' was een belangrijk uitgangspunt: wanneer er in het Hebreeuws of Grieks een term gebruikt wordt waarmee zowel mannen als vrouwen bedoeld worden, dient voor dat woord geen Nederlandse term gebruikt te worden die een van deze twee categorieën uitsluit.
Broeders, zonen en voorvaders
'Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn' schrijft Paulus dus in Galaten 5:13 volgens De Nieuwe Bijbelvertaling. Maar psalm 133: 1 luidt 'Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen', terwijl bijvoorbeeld de Willibrordvertaling ook hier 'broeders en zusters' heeft. De vertalers zijn ervan uitgegaan zijn dat het in deze psalm exclusief over priesters gaat: in vers 2 wordt Aäron genoemd en in vers 3 Sion. In Exodus 12:24 staat 'Dit voorschrift blijft voor u en uw kinderen voor altijd van kracht', en in Job 21:19 'bewaart God de ellende voor zijn kinderen?' Maar Spreuken 4:1 is exclusief vertaald: 'Zonen, luister naar de lessen van je vader', omdat het in deze wijsheidsliteratuur zeer waarschijnlijk om onderwijs aan jongens ging.
Aan deze voorbeelden is te zien dat er elke keer opnieuw moest worden nagedacht over de betekenis van termen in de context waarin ze staan. In Exodus 28:3 is gekozen voor 'allen die hun vak verstaan' en in Numeri 1:28 voor 'alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder'. In Jozua 17:17 staat 'Hierop antwoordde Jozua de twee stammen die Jozef als voorvader hadden', in 1 Koningen 15:11 'Net zoals zijn voorvader David deed Asa wat goed is in de ogen van de HEER', maar in Genesis 25:8 wordt Abraham na zijn dood 'met zijn voorouders verenigd.'
Hij of zij
Een ander probleem is dat we in het Nederlands ook in het persoonlijk voornaamwoord onderscheid maken tussen een mannelijke en een vrouwelijke vorm: we moeten kiezen tussen hij of zij. 'Wie oren heeft om te horen, moet zorgen dat hij goed hoort' stond er eerst in De Nieuwe Bijbelvertaling van Marcus 4:9. Later is dat geworden 'Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.' Het verwijzen met 'hij' of 'zij' is vermeden. Zo is het ook gegaan in Openbaring 17:8: 'Alle mensen die op aarde leven van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, zullen verbaasd zijn bij het zien van het beest.' Het slot van dit vers was eerst 'Ieder die ... zal verbaasd staan als hij het beest ziet.'
Lang niet altijd kunnen zulke verwijskwesties bevredigend worden opgelost. Psalm 8:4 gaat over de mens: 'wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?' Maar in vers 6 en 7 is een mannelijk verwijswoord gekozen: 'U hebt hem bijna goddelijk gemaakt ... en alles aan zijn voeten gelegd.' In een Engelse vertaling van deze psalm is een andere aanpak gekozen: de sterveling en het mensenkind zijn daar 'us humans' en 'us weaklings' en ook in vers 5 en 6 wordt 'us' aangehouden. In De Nieuwe Bijbelvertaling zijn dit soort vergaande verschuivingen ten opzichte van de brontekst afgewezen.
De Nieuwe Bijbelvertaling wil een juist beeld geven van de cultuur waarin de bijbel is geschreven en dat was een patriarchale cultuur. Dat moet een vertaling niet verdoezelen. Maar mensen zijn, ook in de Bijbel, niet alleen mannen, en als de teksten over vrouwen gaan of zich tot vrouwen richten moet dat ook in de vertaling te zien zijn.
Clazien Verheul
Neerlandicus bij het Nederlands Bijbelgenootschap
Reageren op deze column? Stuur dan een e-mail naar info@bijbelgenootschap.nl.
Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.