Aramees! Een voetnootje in de Bijbel

De Bijbel is oorspronkelijk geschreven in verschillende talen. Het Nieuwe Testament is helemaal in het Grieks geschreven. In het Oude Testament zijn drie boeken waarin zowel teksten in het Hebreeuws als in het Aramees voorkomen. Die Aramese teksten staan in Daniël 2:4-7:28, Ezra 4:8-68 en 7:12-26 en Jeremia 10:11. In het boek Genesis en in de evangeliën vinden we nog hier en daar een paar Aramese woorden - de meest bekende zijn abba, 'vader', en talita koem, 'meisje, sta op'.

Het Aramees was een taal die vanaf de achtste eeuw v.Chr. tot de achtste eeuw n.Chr. in het hele Nabije Oosten werd geschreven en gesproken. Maar we moeten niet denken dat iedereen die taal aanvankelijk beheerste. Pas in later tijd werd het Aramees de belangrijkste gesproken taal in Mesopotamië, Syrië en Palestina.

Wanneer in de boeken Daniël en Ezra wordt overgeschakeld van het Hebreeuws naar het Aramees, levert dat meteen een vertaalprobleem op. In Daniël 2:3 bijvoorbeeld heeft Nebukadnessar, de koning van Babel, verteld dat hij een verontrustende droom heeft gehad en dat hij de betekenis daarvan wil weten. De Willibrordvertaling vervolgt in Daniël 2:4 met: 'De chaldeeën zeiden in het Aramees tegen de koning: "De koning leve voor altijd! Vertel de droom aan uw dienaren en we zullen hem uitleggen."' In de brontekst staat voor 'in het Aramees' het woordje 'aramiet, en daar zit het vertaalprobleem. Dit woord is voor meerdere uitleg vatbaar. De bedoeling kan zijn dat Nebukadnessar door de droomuitleggers in de Aramese taal wordt aangesproken. Maar er is ook nog een andere interpretatie mogelijk, en die hebben de vertalers van de Friese vertaling 1978 gekozen: 'Doe joegen de Chaldeeërs de kening te hâlden: -wat no folget is yn it Arameesk-: O kening libje foar altiten! Sis jo tsjinstfeinten de dream en wy sille útlis dwaan.' De Groningse bijbelvertaling* kiest in Daniël 2:4 voor dezelfde oplossing. Volgens deze vertalingen is het helemaal niet zo zeker in welke taal de droomuitleggers hebben gesproken. Het woordje 'aramiet, 'in het Aramees', kan heel goed opgevat worden als een opmerking van een redacteur of overschrijver die het als kanttekening aan de Daniëltekst heeft toegevoegd om de lezer te attenderen op de overgang van het Hebreeuws in 2:3 naar het Aramees in 2:4. Het woordje heeft dan een signaalfunctie: Let op! Het volgende gedeelte staat in het Aramees.

In die zin is Daniël 2:4 ook in de NBG-vertaling 1951 geïnterpreteerd. Wat in de Friese vertaling expliciet wordt gemeld met 'wat no folget is yn it Arameesk' is de NBG-vertaling 1951 aangegeven met het woord 'Aramees' tussen vierkante teksthaken: 'Toen spraken de Chaldeeën tot de koning: [Aramees] O, koning, leef in eeuwigheid!' Het blijft in het midden welke taal de droomuitleggers spraken; het gaat om de afwisseling van talen in de overgeleverde brontekst.

Dat spoor volgt ook De Nieuwe Bijbelvertaling: 'De Chaldeeën zeiden tegen de koning: "Majesteit, leef in eeuwigheid! Vertel uw dienaren uw droom, dan zullen wij hem verklaren."' De vertalers hebben de verwijzing naar de Aramese taal niet in de bewuste passage, maar in een noot onder aan de pagina opgenomen. Een aantekening in de kantlijn van de Hebreeuwse bijbel is zo een voetnoot in de vertaling geworden. Maar u begrijpt: als u straks De Nieuwe Bijbelvertaling openslaat bij Daniël 2:4 volgt er niet een gedeelte in het Aramees. In De Nieuwe Bijbelvertaling spreekt iedereen natuurlijk Nederlands!

 

* kijk op www.liudger.org

Jaap van Dorp is oudtestamenticus en werkt bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@/dev/nullbijbelgenootschap.nl.

De columns over De Nieuwe Bijbelvertaling, eerder gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het Goede Leven zijn gebundeld in het boekje 'Lucht en Leegte. Columns over De Nieuwe Bijbelvertaling.' Dit boekje is vanaf begin oktober te vinden in de boekhandel.