Aardse zaken

Wie aan een vertaling van de bijbel werkt, is bezig met hogere zaken dan de alledaagse dingen. Ten minste, dat denken veel mensen. En natuurlijk is de bijbel een boek met verhalen over God en zijn relatie met de mensheid en staat het vol met religieuze getuigenissen van gelovige mensen uit het verleden. Maar bijbelvertalers komen ook zeer aardse zaken tegen. De vraag is dan hoe aards het Nederlands van de vertaling mag zijn. Een bekend voorbeeld is te vinden in 1 Samuël 24:4, waar - als je letterlijk vertaalt - staat dat koning Saul een spelonk binnenging om 'zijn voeten te bedekken'. Zo hebben de Statenvertalers dit zinnetje ook keurig vertaald, maar moderne vertalingen gebruiken meestal een modern eufemisme voor de hier beschreven handeling: 'zijn behoefte doen'.

 

Marcus 7:19

Over aardse zaken wordt ook in het Marcus-evangelie gesproken. In Marcus 7:1-23 wordt beschreven hoe de Farizeeën zien dat Jezus' leerlingen zich niet aan de joodse reinheidswetten houden. Ze spreken Jezus erop aan, maar Jezus dient hen van repliek en zegt dat zij zich niet houden aan de zaken die echt belangrijk zijn: 'Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.'  (vers 16). Later vragen de leerlingen naar meer uitleg en Jezus zegt (in de NBG-vertaling 1951): 'Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat?' (vers 18-19) De beeldspraak van de spijsvertering wordt gebruikt om uit te leggen dat de slechte gedachten en gewoonten die bij de mens van binnenuit komen veel slechter zijn dan onreine voedingstoffen die van buitenaf in het lichaam komen en het ook weer verlaten.
De vertaling 'er te zijner plaatse uitgaan' is iets minder specifiek dan de Griekse tekst. Daar wordt het Griekse woord afedrôn gebruikt. Dat woord komt niet zo vaak voor, maar dankzij een Griekse inscriptie is wel bekend wat het betekent. In die inscriptie wordt het woord namelijk gebruikt om publieke latrines, toiletten, aan te duiden. In veel opgravingen van Griekse of Romeinse steden zijn die openbare toiletten nog te bezoeken - vaak hele series naast elkaar. Vermoedelijk waren ze niet voorzien van scheidingswanden. Tegenwoordig leiden ze daarom vaak tot enige hilariteit bij de bezoekers van de opgraving. Veel rijke mensen hadden vroeger overigens beschikking over een eigen toilet, maar de meeste inwoners van een stad moesten gebruik maken van de gemeenschappelijke latrines. Een goede vertaling zou dus iets als 'in de latrine gaan' of 'in het toilet verdwijnen' zijn.
Hoewel de betekenis dus duidelijk is, proberen moderne vertalingen vaak toch een beetje kuis te blijven. Zo heeft de Willibrordvertaling hier 'er weer uitgaan op het gemak', de Groot Nieuws Bijbel heeft 'er op zekere plaats weer uitgaan' en de Herziene Statenvertaling, waar onlangs een proefdeel van verschenen is, leest: 'in de afzondering naar buiten gaan.' Sommige van deze vertalingen zijn eigenlijk eerder koddig dan adequaat.
In De Nieuwe Bijbelvertaling luidt Marcus 7:18-19: 'Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?' Man en paard zijn genoemd, misschien zelfs een beetje teveel, omdat 'beerput' vanuit sanitair oogpunt een iets minder verzorgde sfeer oproept dan de Romeinse latrines in de opgravingen. In ieder geval is de brontekst recht gedaan en niet gekuist. Daarmee is ook Marcus 7:19 een goede illustratie van de vertaalmethode van De Nieuwe Bijbelvertaling.

Rieuwerd Buitenwerf is nieuwtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap

Reageren op deze column? Stuur een e-mail naar info@/dev/nullbijbelgenootschap.nl.

Deze column wordt tevens gepubliceerd in het Friesch Dagblad en Het goede leven.