Voordat een vertaler een tekst kan gaan vertalen moet hij eerst uitzoeken met wat voor soort tekst hij te maken heeft. Een verhalende tekst vraagt om een andere aanpak dan een poëtische tekst. Als het genre van de brontekst vastgesteld is, moet vervolgens nagegaan worden of er voor dat teksttype in het Nederlands net zo’n vorm bestaat. Een brief moet vertaald worden als een brief en een verhaal als een verhaal. Elke tekstsoort heeft zijn eigen kenmerken. Maar de manier waarop een verhaal in het Hebreeuws is opgebouwd hoeft niet overeen te komen met de manier waarop dat in het Nederlands gebeurt.
In De Nieuwe Bijbelvertaling is erg veel aandacht besteed aan het bepalen van het genre en het zoeken naar middelen in het Nederlands om de tekst op eenzelfde manier te laten functioneren als het origineel. (Zie voor een voorbeeld de aantekening bij ‘Eens richtte de HEER zich tot Jona’ in Jona 1:1).